Bijzondere verrichtingen voor motoren
Zoals gezegd bestaat het praktijkexamen rijbewijs A uit het examen Voertuigbeheersing en het examen Verkeersdeelneming.
Voertuigbeheersing staat ook bekend als de bijzondere verrichtingen en bestaat uit 4 clusters. Omdat een video in dit geval veel duidelijker weergeeft wat de bedoeling is, doet Peter Kleijn hieronder hoogstpersoonlijk voor wat de bedoeling is:
Achteruitlopend parkeren
Cluster 1 is het verplichte achteruit lopend parkeren.
Langzame slalom
Cluster 2 bevat de verplichte langzame slalom…
Wegrijden uit parkeervak
…het keuzeonderdeel Wegrijden uit parkeervak…
De denkbeeldige acht
…De denkbeeldige acht…
Stapvoets rechtdoor rijden
…Stapvoets rechtdoor rijden en…
De halve draai linksom
Links- of rechtsom draaien in een vak van 6 bij 4 meter na 8 meter aanloop.
De halve draai rechtsom
De uitwijkoefening
Cluster 3 betaat uit drie oefeningen, waarvan de Uitwijkoefening verplicht is. Je komt met vijftig kilometer per uur aanrijden door de poort. Vijftien meter na de poort moet je vóór een denkbeeldig muurtje van pylonen naar links uitwijken. Daarna keer je weer terug naar de eigen weghelft.
De snelle slalom
Bij de snelle slalom zijn zes pylonen opgesteld. Deze slalom neem je bij een snelheid van minstens dertig kilometer per uur met trekkende motor. Belangrijk is dat het vloeiend en gelijkmatig gebeurt. Bij de snelle slalom zijn 6 pylonen opgesteld. Deze slalom neem je bij een snelheid van minstens dertig kilometer per uur met trekkende motor. Belangrijk is dat het vloeiend en gelijkmatig gebeurt.
De vertragingsoefening
Bij deze optionele oefening trek je vanuit stilstand op om snel te komen tot een snelheid van vijftig kilometer per uur. Je rijdt dan in tenminste de derde versnelling. Na het tweede poortje rem je af tot 30 kilometer per uur en schakel je minimaal één versnelling terug. Daarna rijd je met deze snelheid een slalom om drie pylonen die acht meter uit elkaar staan.
De Noodstop
In het vierde cluster is de noodstop de verplichte oefening. Je rijdt minimaal vijftig kilometer per uur. Na het poortje rem je maximaal om zo snel mogelijk tot stilstand te komen. Natuurlijk verlies je de controle over de motor niet.
De Precisiestop
Bij de precisiestop gaat het erom dat je op een bepaald punt stilstaat. Je rijdt eerst vijftig kilometer per uur en remt beheerst als je het eerste poortje van twee pylonen passeert. Daarna moet je de motor zeventien meter verderop tot stilstand brengen.
De Stopproef
Naast de precisiestop kan de examinator ook nog kiezen voor de stopproef als tweede keuzeoefening. Het doel van deze oefening is dat je technisch goed remt. Je schakelt kort voordat je stilstaat terug naar de eerste versnelling. Je hebt een korte remweg.
Je krijgt 7 bijzondere verrichtingen te doen. Je moet 5 voldoendes halen, waarvan 4 verplichte onderdelen zijn. Daarnaast mag je per cluster maar 1 fout hebben.

